Geldt de regel op een voorrangsweg?
Ja. Bord B1 (voorrangsweg) geeft je voorrang op zijwegen, maar niet op verkeer dat op jouw weg rechtdoor blijft gaan. Haaientanden op de zijweg zeggen alleen iets over de verhouding tussen zijweg en voorrangsweg, niet over verhouding tussen voertuigen op de voorrangsweg zelf.
Voorbeeld: jij rijdt op een voorrangsweg en wilt linksaf naar een zijstraat. Een tegenligger op dezelfde voorrangsweg gaat rechtdoor. De tegenligger heeft voorrang, ondanks dat jullie beide op de voorrangsweg rijden.
Geldt de regel ook bij verkeerslichten?
Ja. Een groen verkeerslicht ontslaat je niet van artikel 18. Sla je linksaf bij groen, dan moet je tegenliggers die ook bij groen rechtdoor gaan voor laten gaan. Dit is de meest voorkomende oorzaak van kop-staart aanrijdingen op kruisingen met verkeerslichten.
Bij sommige kruispunten wordt het probleem opgelost met een apart linksaf-pijl licht. Krijg je groen voor 'linksaf vrij', dan zijn de tegenliggers door rood en hoef je niet te wachten. Geen pijl-licht? Dan geldt artikel 18 onverkort.
Uitzondering: de tram
Lid 3 van artikel 18 RVV zondert trams uit. Een tram heeft altijd voorrang en hoeft zelf nooit tegenliggers voor te laten gaan bij afslaan. Reden: een tram rijdt op vaste rails en kan niet uitwijken.
Praktisch: rijd je rechtdoor en zie je een tram die wil afslaan, dan moet jij stoppen voor de tram. Andersom geldt het niet: een afslaande automobilist moet wel stoppen voor een rechtdoorgaande tram.
Voorbeelden uit het verkeer
Vijf concrete situaties waarin de regel speelt:
- Linksaf bij verkeerslicht: jij wacht op groen, krijgt groen. Tegenligger heeft ook groen en gaat rechtdoor. Jij wacht tot de tegenligger voorbij is, dan slaat je linksaf.
- Rechtsaf op een T-splitsing: jij komt vanaf de doorgaande weg en wilt rechtsaf. Een fietser op het fietspad rechts naast je gaat rechtdoor. De fietser heeft voorrang.
- Linksaf bij een uitritconstructie: jij wilt linksaf een uitritconstructie in. Een tegenligger op dezelfde weg gaat rechtdoor. De tegenligger heeft voorrang.
- Inhalend voertuig: jij rijdt op een N-weg en wilt linksaf. Achter jou is een auto al begonnen met inhalen. Volgens artikel 18 lid 1 moet jij die auto laten passeren.
- Voetganger op trottoir: jij wilt rechtsaf een zijstraat in. Een voetganger loopt rechtdoor op het trottoir van de zijstraat. De voetganger heeft voorrang, ook zonder zebrapad.
Boete en CBR theorie-examen
Geen voorrang verlenen aan rechtdoorgaand verkeer is een verkeersovertreding. De boete in 2026 bedraagt ongeveer 280 euro. Veroorzaak je een ongeluk met een fietser of fietser van links of rechts, dan ben je als gemotoriseerd voertuig ten minste 50 procent aansprakelijk, ongeacht de schuld.
Deze regel is examenstof in alle drie de theorie-examens (auto, motor, scooter). De vaakst getoetste situaties:
- Jij wilt linksaf, tegenligger gaat rechtdoor: wie heeft voorrang?
- Verschil tussen 'rechts gaat voor' en 'rechtdoor op dezelfde weg gaat voor'
- Geldt artikel 18 ook op een gelijkwaardig kruispunt en op een voorrangsweg?
- Fietser op fietspad rechts naast jou, jij gaat rechtsaf: wie heeft voorrang?
- Tram wil afslaan, jij gaat rechtdoor: wie heeft voorrang?
Met realistische CBR-vragen en visuele uitlegfilmpjes train je tot je elke situatie blind kunt onderscheiden. Oefen gratis via app.theorie.nl.