Verkeersborden op de snelweg: overzicht en betekenis
Op de snelweg kom je eigen borden tegen: van het beginbord tot afritnummers en matrixborden. Dit overzicht laat zien welke borden er zijn en waar je de volledige uitleg per bord vindt.
Op de snelweg kom je eigen borden tegen: van het beginbord tot afritnummers en matrixborden. Dit overzicht laat zien welke borden er zijn en waar je de volledige uitleg per bord vindt.
De snelweg heeft eigen borden voor het begin en einde, de rijstrooksituatie en de navigatie.
Verkeersborden op de snelweg horen bij de autosnelweg-kennis die je nodig hebt voor je CBR auto theorie-examen. Sommige borden zie je alleen op de snelweg, en ze hebben vaak een net iets andere betekenis dan vergelijkbare borden elders.

Bord G1 is een rechthoekig blauw bord met een wit pictogram van een snelweg: twee gescheiden rijbanen met een viaduct. Dit bord markeert het begin van de autosnelweg, waar vanaf dat moment de speciale regels uit artikel 43 RVV 1990 gelden. Alleen motorvoertuigen die minimaal 60 km/u kunnen en mogen rijden, mogen de autosnelweg op. Bord G2 toont hetzelfde pictogram met een rode streep erdoorheen en markeert het einde van de autosnelweg.
Op sommige punten splitst een autosnelweg in twee zelfstandige snelwegen. Dit wordt aangekondigd met een groen, pijlvormig bord dat de twee richtingen toont. Vanaf dit bord lopen beide wegen door als volwaardige autosnelweg. Kies bij zo'n splitsing op tijd de juiste rijstrook op basis van de bewegwijzering.
Bij een splitsing of afrit geeft de bewegwijzering ruim van tevoren aan welke rijstrook je nodig hebt. Wissel op tijd, niet pas bij het laatste bord.
Boven veel snelwegen hangen elektronische matrixborden, meestal één per rijstrook. Ze tonen een verplichte snelheid of een symbool zoals een groene pijl (rijstrook open) of een rood kruis (rijstrook gesloten). De vluchtstrook is uitsluitend bedoeld voor noodgevallen, tenzij een matrixbord met groene pijl aangeeft dat de spitsstrook tijdelijk is opengesteld als extra rijstrook.

Elke afrit op een Nederlandse autosnelweg heeft een eigen afritnummer, dat ook in navigatiesystemen wordt gebruikt. Een voorwegwijzer kondigt de afrit ruim van tevoren aan, met de afstand, het afritnummer en de bestemmingen die je via die afrit bereikt. Mis je een afrit, dan rijd je door naar de volgende, want keren en achteruitrijden zijn op de autosnelweg altijd verboden.
Rijd door naar de volgende afrit. Keren en achteruitrijden zijn op de autosnelweg altijd verboden, ook op de vluchtstrook.
Oefen gratis via app.theorie.nl en test je kennis over verkeersborden op de snelweg.