Bijzondere verrichtingen auto: dit zijn de 7 examenonderdelen
Fileparkeren, omkeren, de hellingproef: bijzondere verrichtingen horen bij elk auto examen. Ontdek welke 7 er zijn, hoeveel je er moet uitvoeren en hoe je ze onder de knie krijgt.
Fileparkeren, omkeren, de hellingproef: bijzondere verrichtingen horen bij elk auto examen. Ontdek welke 7 er zijn, hoeveel je er moet uitvoeren en hoe je ze onder de knie krijgt.
Bijzondere verrichtingen zijn 7 vaste rijtechnische opdrachten die het CBR gebruikt om je voertuigbeheersing te toetsen.
Bijzondere verrichtingen zijn de rijtechnische opdrachten die de CBR-examinator je tijdens je praktijkexamen laat uitvoeren, zoals fileparkeren of de hellingproef. Ze zijn vast onderdeel van elk auto examen en het is dus slim om ze al tijdens je rijlessen goed te oefenen. Oefen ondertussen ook gratis voor je theorie-examen, zodat je op alle onderdelen van je rijopleiding goed voorbereid bent.
Bijzondere verrichtingen zijn korte, afgebakende rijopdrachten waarmee je laat zien dat je de auto veilig en gecontroleerd kunt manoeuvreren. Denk aan parkeren in een krappe ruimte, achteruitrijden of wegrijden op een helling. Ze zijn onderdeel van het praktijkexamen, niet van het theorie-examen. Tijdens je rijlessen bouwt je instructeur ze stap voor stap op, zodat je er op de examendag klaar voor bent.
Tijdens je examen kies de examinator meestal 2 van deze 7 verrichtingen. Bij een aantal daarvan mag je zelf de plek uitkiezen, zolang je daarbij het overige verkeer niet hindert.
Bij elke bijzondere verrichting let de examinator niet alleen op je stuur- en pedaalwerk, maar ook op je spiegelgebruik en schoudercheck. Kijk dus altijd goed om je heen voor, tijdens en na de manoeuvre.
Fileparkeren geldt als een van de lastigere bijzondere verrichtingen: je rijdt achteruit een parkeervak tussen twee auto's in, langs de stoeprand, zonder de stoep te raken of meerdere keren te hoeven steken. Bij vakparkeren rijd je vooruit of achteruit een haaks of schuin parkeervak in. Meer weten over de parkeerregels die hierbij gelden? Bekijk parkeerregels.
Bij omkeren draai je de auto in de tegenovergestelde richting, bijvoorbeeld omdat je een doodlopende weg bent ingereden. Is er voldoende ruimte? Dan keer je in één vloeiende beweging. Is de weg smal? Dan keer je door te steken, in twee of meer bewegingen. Bij het recht achteruitrijden rijd je ongeveer 20 meter achteruit in een rechte lijn, en bij achteruitrijden van een bocht volg je diezelfde bocht terwijl je achteruitrijdt. Kom je deze situatie vaker tegen dan je denkt? Lees meer over rijden op een doodlopende weg.
Bij de hellingproef stop je met de auto op een helling en rijd je weer weg zonder dat de motor afslaat of de auto naar achteren rolt. Je mag hierbij de parkeerrem gebruiken: schakel de eerste versnelling in, laat de koppeling opkomen tot het aangrijpingspunt en geef gelijktijdig voorzichtig gas.
Voer je een bijzondere verrichting tijdens een tussentijdse toets voldoende uit? Dan krijg je daarvoor een vrijstelling bij je eerstvolgende praktijkexamen en hoef je die verrichting dan niet opnieuw te laten zien. Dat scheelt spanning op de dag van je echte examen.
Oefen de bijzondere verrichtingen zoveel mogelijk tijdens je rijlessen, op verschillende plekken en in verschillend weer. Blijf rustig, geef op tijd richting aan en check je spiegels en dode hoek voor, tijdens en na elke manoeuvre. Meer weten over veilig rijgedrag in het algemeen? Bekijk veiligheid en rijgedrag.
Oefen gratis via app.theorie.nl en zorg dat je theorie klaar is terwijl je de bijzondere verrichtingen oefent tijdens je rijlessen.